Veel aanbiddingsleiders verlangen naar meer van Gods aanwezigheid, maar lopen in de praktijk tegen dezelfde vragen aan. Hoe leid je aanbidding in een kleine kerk zonder band? Hoe ga je om met kritiek in je worshipteam? Wat doe je wanneer je zelf door een moeilijke periode gaat maar toch voorop moet gaan in aanbidding?
Tijdens de ZERA worship conference kwamen bijna 800 zang- en aanbiddingsleiders uit heel Nederland samen. In een panelgesprek met Wim Hoddenbagh, Kees Kraayenoord, Carolyn Ros, Stephanie Bergman en John Angoh werden precies dit soort vragen besproken.
In dit artikel lees je de belangrijkste inzichten uit dat gesprek: over aanbidding in kleine en grote kerken, omgaan met kritiek, aanbidding tijdens lijden en waarom aanbidding nooit alleen binnen kerkgebouwen hoort te blijven.
Panelgesprek - ZERA worship conference 2025
“We beseffen niet half hoe bijzonder dit moment is”
Wim Hoddenbagh opent het panel met verwondering. Hij kijkt naar de zaal en ziet bijna 800 zang- en aanbiddingsleiders bij elkaar. Mensen uit verschillende kerken, verschillende achtergronden, maar met hetzelfde verlangen.
Volgens hem beseffen we misschien niet eens hoe uniek zo’n moment is.
Het is alsof er zaad wordt gezaaid. Zaad dat later vrucht zal dragen in kerken door het hele land, wanneer aanbidders teruggaan naar hun eigen gemeenten en daar opnieuw vol voor Jezus gaan.
De kracht van de lokale kerk
Stephanie Bergman krijgt de eerste vraag: hoort een aanbiddingsleider onderdeel te zijn van een lokale kerk?
Voor haar is het antwoord duidelijk.
Ze houdt van de kerk en gelooft dat God juist door de kerk werkt. Daarom is het belangrijk dat aanbiddingsleiders ergens geworteld zijn. Niet alleen op een plek waar ze dienen, maar ook waar ze zelf gevoed worden en waar voor hen gebeden wordt.
Volgens haar maakt het niet uit welke rol iemand heeft in de kerk. Iedereen mag zijn plek innemen in het lichaam van Christus.
“Het lied is niet het doel. Het hart van God is het doel.”
Wanneer het gesprek gaat over aanbidding in kleine kerken zonder band, reageert Kees Kraayenoord eerlijk.
Volgens hem zit de kracht van aanbidding niet in instrumenten. Instrumenten zijn misschien de helft van het verhaal. De andere helft zit in wat een aanbiddingsleider zelf meebrengt: een leven met God, voorbereiding en een hart dat Hem zoekt.
Hij vertelt zelfs over een kleine kerk waar iemand zich afvroeg of het wel mocht om Spotify te gebruiken tijdens aanbidding.
Zijn reactie: stel je voor dat je een kerk binnenloopt waar vijftien mensen op hun knieën liggen en roepen naar Jezus terwijl er een Spotify-nummer speelt. Zou iemand dan zeggen dat dat niet goed is? Het verlangen naar God is uiteindelijk belangrijker dan de vorm.
“Soms is wachten op God moeilijker dan doorgaan”
Het gesprek verschuift naar grote kerken met uitgebreide bands, clicktracks en producties. Hoe blijf je daar dicht bij God?
Volgens Kees Kraayenoord ligt het antwoord soms juist in minder doen. Hij vertelt dat hij ooit leerde dat een lied niet het doel is. Het hart van God is het doel.
We zingen om Gods hart te raken. Maar als het nodig is, moeten we ook durven stoppen met zingen.
Volgens hem is wachten op God vaak moeilijker dan doorgaan met het programma. Toch kan juist in dat wachten iets gebeuren wat je niet kunt plannen.
“Aanbidding hoort niet alleen in de kerk”
John Angoh brengt het gesprek naar een ander perspectief. Volgens hem is aanbidding nooit bedoeld geweest om alleen binnen kerkgebouwen te blijven. God roept gelovigen om Zijn aanwezigheid zichtbaar te maken in de wereld.
Hij spreekt over christenen als dragers van Gods aanwezigheid. Wanneer gelovigen naar buiten gaan en Jezus zichtbaar maken in hun leven, kan dat mensen veranderen.
Aanbidding hoort daarom niet alleen op conferenties of in kerkdiensten. Het hoort ook op straat.
“Aanbidding is een keuze, ook wanneer je het niet voelt”
Carolyn Ros deelt vervolgens een persoonlijk verhaal. Ze vertelt over een periode waarin haar man een hersentumoroperatie moest ondergaan. Het was een tijd van intens lijden. Soms had ze geen woorden meer om te bidden of te zingen.
Wat haar hielp was aanbiddingsmuziek laten spelen. Liederen van Keith Green en Michael Card hielpen haar hart opnieuw op God te richten. Volgens haar heeft aanbidding uiteindelijk niets te maken met gevoel. Het is een keuze. Zelfs wanneer alles onzeker voelt, kun je nog steeds zeggen:
“God, ik begrijp niet wat er gebeurt, maar ik weet dat U goed bent.”
Omgaan met kritiek in een worshipteam
Een vraag uit het publiek gaat over kritiek. Hoe ga je daarmee om als aanbiddingsleider?
Stephanie Bergman benadrukt dat het belangrijk is om dicht bij Jezus te blijven. Intimiteit met God werkt als bescherming wanneer kritiek komt.
Tegelijk voegt Kees Kraayenoord iets belangrijks toe: soms zit er ook waardevolle feedback in kritiek.
Wanneer je weet wie je bent in Christus, kun je kritiek ontvangen zonder dat het je identiteit bepaalt. Soms zit er zelfs een cadeau in verborgen.
Geestelijke strijd vóór aanbidding
Toch wijst hij uiteindelijk naar dezelfde oplossing: Jezus. Hij verwijst naar Efeze 1, waar staat dat gelovigen in Christus gezegend zijn met alles wat nodig is: vergeving, redding en de Heilige Geest.
Aanbidding begint uiteindelijk niet bij wat wij doen, maar bij wie wij zijn in Christus.
Wanneer aanbidding weer bij één ding begint
Het panelgesprek laat zien dat aanbidding uiteindelijk steeds terugkomt bij hetzelfde punt: een hart dat Jezus zoekt.
Of het nu gaat om kleine kerken, grote bands, kritiek, lijden of geestelijke strijd – aanbidding begint altijd bij die ene plek: dicht bij Jezus.
Dat verlangen om Jezus centraal te stellen is precies waar ZERA worship zich voor inzet: aanbidders toerusten, verbinden en helpen om aanbidding in hun lokale kerk te laten groeien.
Wil je met jouw worshipteam of kerk verder bouwen aan een cultuur van aanbidding?
Met een ZERA worship workshop bij jou in de kerk helpen we worshipteams en leiders om praktisch en geestelijk te groeien in aanbidding.
Van het hart van aanbidding tot het bouwen van een gezond worshipteam, samen zoeken we hoe aanbidding kan groeien in jouw lokale kerk.